Welkom bij de vrijeschool Stella Maris

De vrijeschool Stella Maris is een basisschool, waar iedereen welkom is. Centrale vraag is natuurlijk: Is de vrijeschool Stella Maris een school voor mijn kind? Want een school kiezen is niet zomaar iets. En waar kies je dan voor? Ongetwijfeld zult u zich breed oriënteren. Natuurlijk kunt u kiezen voor de school in de buurt, waar u misschien zelf op hebt gezeten. Maar u kunt ook zoeken naar de school die het beste bij uw kind past. En dan komt onze school misschien in aanmerking.

2. Ons onderwijs

Wat wenst u voor de toekomst van uw kind? Velen van u zullen zich kunnen vinden in het volgende antwoord: dat mijn kind echt zichzelf kan zijn. En dat is ook waar wij voor staan op Stella Maris. Wij willen onze leerlingen de ruimte geven om zichzelf te zijn én te worden, en om hun talenten te ontwikkelen, zodat ze hun weg kunnen vinden in een maatschappij die steeds verandert. Het is onze overtuiging dat het vrijeschoolonderwijs daar de juiste handvaten voor aanreikt.

2.1 Onderwijs vanuit antroposofie

Kinderen van nu groeien op in een complexe samenleving, die sneller verandert dan ooit. Staatssecretaris Dekker startte in november 2014 een nationale dialoog over de belangrijkste vraag in het onderwijs: wat moeten kinderen leren op school, zodat ze klaar zijn voor hun toekomst? “Een kind dat vandaag voor het eerst naar school gaat, solliciteert in 2032 naar zijn eerste baan. Leert dit kind nú op school wat het dán nodig heeft om een vliegende start te maken?”

De leerkrachten van Stella Maris zijn zich ervan bewust dat juist het vrijeschoolonderwijs een antwoord kan geven op de vraag die deze snelle ontwikkeling met zich meebrengt en denkt na over onderwijs voor de toekomst.

Met het onderwijs op Stella Maris geven we de kinderen een basis mee waarop ze stevig staan en van waaruit zij in hun latere leven, zelfbewuste en verantwoordelijke keuzes kunnen en durven maken die passen bij hun eigen biografie.

We kijken steeds kritisch naar de inhoud van ons onderwijs. We vernieuwen en bewaken daarbij dat goede zaken behouden blijven. Ons onderwijs kan als volgt gedefinieerd worden:

De missie van Stella Maris

· Leren voor het leven met hoofd, hart en handen.

Kleuters

In de kleuter leeftijd nemen de kinderen rechtstreeks en ongefilterd in zich op wat er in hun omgeving met alle zintuigen te ervaren is. Door in hun spel via de fantasie hier op hun eigen manier vorm aan te geven, maken de kinderen zich de wereld eigen. Dit uitgangspunt vormt voor de leerkrachten de basis om vanuit een beredeneerd aanbod met de kinderen te werken. Hiermee leggen ze een stevige basis voor het latere leren.

Schoolkind

Vanaf klas één krijgt het kind ruimte om op een andere manier te gaan leren. Het grote willen “weten” gaat dan beginnen. Ook hier zoekt de vrijeschool steeds naar een manier van aanbieden van de stof die aansluit bij het individuele kind en de groep van dat moment. De interactie tussen leerkracht en kind staat hierbij centraal. Methodes worden als ondersteuning voor de leerlijn gebruikt. Plezier, beweging, kunstzinnige verwerking nodigen het kind uit om zich de stof echt eigen te maken.

Voortgezet onderwijs

In Bergen is de afdeling voor voortgezet onderwijs van de vrijeschool waar wordt voortgeborduurd op de ontwikkeling zoals die hierboven wordt beschreven.

· De groep draagt de enkeling en de enkeling verrijkt de groep.

Door het brede aanbod van het vrijeschoolonderwijs leren de kinderen dat iedere mens een uniek wezen is en leren ze elkaar ook als zodanig respecteren. Tegelijkertijd ervaren ze dat je samen meer kunt bereiken dan alleen.

· De natuur en het (jaar)ritme als leidraad door het jaar.

Aan alles wat groeit en tot bloei komt ligt een opbouwend ritme en herhaling ten grondslag. Van dit principe maakt het vrijeschoolonderwijs dankbaar gebruik. Ritme en herhaling geeft de kinderen houvast. In het klein komt dit terug door een vast ritme in de dag en de week. In het groot volgen we het ritme van het jaar met het ervaren van de seizoenen en het vieren van de jaarfeesten.

Binnen een enkele les wordt ook gewerkt met een afwisseling tussen actief bewegen en samenwerken en geconcentreerd zelfstandig werken.

· Eerbied en kunstzinnigheid als basis voor het leren.

De mens is een scheppend wezen. Het beheersen van ambachtelijke vaardigheden geeft vreugde en zelfvertrouwen en schept een natuurlijke eerbied voor de wereld. Op Stella Maris wordt veel gezongen, met hout gewerkt, geschilderd, bewogen op muziek en tekst, gelopen en gesprongen bij rekenen, getekend bij taal, toneel gespeeld enz.

· Kleuter en schoolkind vragen een eigen leeromgeving maar horen bij elkaar.

Hierboven is al beschreven hoe we op Stella Maris aankijken tegen de verschillen in de ontwikkeling tussen een kleuter en een schoolkind. Dat wil niet zeggen dat we niet samen één school zijn. Vooral bij het vieren van de jaarfeesten ontmoeten de kinderen elkaar.

· Beeldende verhalen ondersteunen de kinderen in hun ontwikkeling.

Op Stella Maris worden veel verhalen verteld. In de kleuterklas zijn dit voornamelijk de sprookjes van Grimm. In de klassen 1 t/m 6 neemt de leerkracht de kinderen mee door de mythen, sagen en geschiedkundige verhalen die aan onze westerse cultuur verbonden zijn. De multiculturele samenleving vraagt ook om verhalen die uit andere culturen. Deze krijgen net zo goed een plaats binnen ons onderwijs.

Dit zijn rijke verhalen met beelden waarin de kinderen aspecten uit hun eigen ontwikkeling kunnen herkennen en daar houvast aan beleven.

· Een goede samenwerking tussen de gouden driehoek: ouder, kind, leerkracht zijn een voorwaarde voor een veilige leeromgeving.

Opvoeden doen we samen. We streven een goede samenwerking en open communicatie na tussen kinderen, ouders en leerkracht. Een kind dat zich gedragen weet door de mensen in zijn/haar directe omgeving vindt rust en vertrouwen om te werken en te leren.

2.2 De kleutergroep

Kleuters bevinden zich nog in een dromerige, verwonderde staat en leren nog op een heel eigen manier. Bijvoorbeeld via het vrije spel. Er zijn weinig jaren in het leven waarin we méér leren dan in de kleutertijd. Een kleuter leert terwijl hij speelt, hij bootst na, hij ontdekt. Alleen leren met het hoofd doet geen recht aan de essentie van het kleuter zijn. Het pedagogische uitgangspunt in de kleutergroep is dan ook: doen.

Vanuit een beredeneerd aanbod geven de kleuterleerkrachten hier op verschillende manieren vorm aan. Binnen dit programma is ruime aandacht voor de beginnende geletterdheid en gecijferdheid.

Warme sfeer

De klas is schoon en warm ingericht. Er is mooi en natuurlijk speelmateriaal ter beschikking. Kinderen worden steeds weer uitgenodigd om hun fantasie aan het werk te zetten en zich sociaal op te stellen.

Ritme

We volgen in de kleuterklas vaste ritmes in de dag, de week en het jaar. Ritme biedt de kinderen zekerheid en vertrouwen, en bouwt zo mee aan een stevige levensbasis. Elke dag van de week heeft een eigen activiteit, bijvoorbeeld schilderen, bakken of knutselen. De jaarfeesten zijn als gouden kralen in de ketting van dagen en weken. Ze worden met de kleuters intensief voorbereid en helpen de kinderen om het jaarritme mee te bewegen. De kinderen vinden ook letterlijk ritme, doordat er veel gezongen wordt. Handen en voeten en het hele lichaam komen hierbij in beweging.

Gouden kronenfeest

Bij de overgang naar klas 1 vieren we het Gouden kronenfeest. Kinderen worden dan gekroond als eersteklassers. Zo markeren we voor hen deze belangrijke overgang.

2.3 De klassen 1 tot en met 6

In het vrijeschoolonderwijs praten we nog over klassen. Na twee jaar kleuterklas gaan de kinderen naar klas 1.

Per jaar staan de volgende vakken op het programma:

Klas 1: toneel, taal, rekenen en heemkunde

Klas 2: toneel, taal, rekenen en heemkunde

Klas 3: toneel, taal, rekenen, heemkunde en ambachten

Klas 4: toneel, taal, rekenen, aardrijkskunde, dierkunde

Klas 5: toneel, taal, rekenen, (economische) aardrijkskunde, plantkunde, geschiedenis

Klas 6: toneel, taal, rekenen, geschiedenis, mineralogie, natuurkunde, meetkunde

Heemkunde

In de vrijeschool is er aandacht voor het vak heemkunde. De officiële definitie van heemkunde luidt: ‘kennis van en onderzoek naar de eigen leefomgeving’. In het heemkunde-onderwijs komen de aspecten uit de leefwereld van een kind aan de orde die tot zijn verbeelding kunnen spreken en tot activiteit uitnodigen. Vanaf de vierde klas gaat heemkunde over in aardrijkskunde en biologie.

Periodeonderwijs

Vanaf de eerste klas krijgen onze leerlingen ‘periodeonderwijs’. In zo’n periode kan het kind vanuit zijn/haar eigen interesse gaan leren en zich in een vak verdiepen. Het periodeonderwijs is bij uitstek het onderwijs waar de kinderen zich letterlijk met hoofd, hart en handen met de lesstof verbinden. Ook het samenwerken is een belangrijk onderdeel van het periodeonderwijs.

Een periode duurt drie weken en vindt dagelijks plaats van 9 uur tot 10.30 uur.

Verhalen

Verhalen spelen een belangrijke rol in ons onderwijs. Als een rode draad lopen ze door de groepen. We maken gebruik van beeldrijke, inspirerende verhalen uit verschillende culturen. Ze worden niet verklaard of uitgelegd, maar blijven staan als beeld. De kinderen kunnen zich hieraan spiegelen.

Kleuters: De sprookjes van de Gebroeders Grimm

klas 1: Sprookjes van Grimm en andere culturen.

Klas 2: Fabels en heiligenlegenden

Klas 3: Het Oude Testament

Klas 4: Noord-Germaanse mythologie uit de Edda

Klas 5: Griekse mythologie

Klas 6: Romeinse sagen en middeleeuwse verhalen.

De vertelstof volgt in grote lijnen de weg die ons als mens in de westerse cultuur heeft gevormd en vormt de basis voor de verschillende vakken. Andere culturen krijgen hierin ook een plek. Deze werkwijze, die kenmerkend is voor het onderwijs vanuit de antroposofie, heeft tenminste twee voordelen.

Doordat de vertelstof beelden oproept kun je voorkomen dat de kinderen te snel met abstracties worden geconfronteerd.

Bovendien vormen de verschillende activiteiten in de klas door de vertelstof een samenhangend geheel. Zo verbinden de kinderen zich in klas 6 bijvoorbeeld met de Romeinse geschiedenis. In de handvaardigheidslessen kunnen ze Romeinse schilderijen maken, bij gymnastiek kunnen ze de structuur leren van hoe een Romeins leger zich bewoog. En bij taal maken zij kennis met de Romeinse dichtkunst.

Vaklessen

Dagelijks buigen de kinderen zich na het periodeonderwijs over vaklessen. Dit zijn oefenuren voor rekenen en taal en de kinderen ontwikkelen zich tijdens de vaklessen op fysiek, creatief of taalkundig gebied. De vaklessen worden in de klas door de eigen leerkracht gegeven en door aparte vakleerkrachten. In klas 1 tot en met 3 staan de volgende vaklessen op het programma: gymnastiek, euritmie, handvaardigheid, handwerken en Engels. In klas 4 en 5 komt daar ‘verkeer’ bij.

De kunstzinnige vaardigheden zoals schilderen, muziek, (vorm)tekenen wordt geïntegreerd in het periodeonderwijs.

Euritmie

Naast het vak gymnastiek is er nog een ander bewegingsvak dat een vaste plek heeft in ons onderwijs: euritmie. Euritmie wordt ook wel ‘kunstzinnig bewegen’ genoemd, een soort bewegingsexpressie. Bij dit vak beelden de kinderen zowel het gesproken woord als muziek met hun hele lichaam uit. Bij kleuters en de klassen 1, 2 en 3 zijn het vooral verhalen die in beweging worden gegoten. In de hogere klassen zijn het gedichten of muziekstukken. Euritmie geeft ook ondersteuning aan de rest van het onderwijs. Het bevordert een harmonische verbinding tussen lichaam, ziel en geest. Zo helpt het om het lichaam tot huis en instrument van de ziel te laten zijn. Dat geeft het kind zelfvertrouwen! Euritmie wordt door een vakleerkracht gegeven.

 

“Onderwijs is niet het vullen van een vat,

maar het ontsteken van een vuur.” Plutarchus.

 

2.4 Jaarfeesten

De jaarfeesten nemen een bijzondere plaats in op onze school. We vinden het belangrijk om bij hoogtijdagen stil te staan en de jaarfeesten gemeenschappelijk te vieren. Dit versterkt het sociale leven in de school en in de klassen. Ook ouders worden bij het vieren van de feesten betrokken. Dit zijn bij uitstek de momenten dat de Gouden Driehoek ouder, kind, leerkracht voelbaar is.

De jaarfeesten zijn: Michaëlsfeest, Sint Maarten, Sint Nicolaas, Advent, Driekoningen, Palmpasen Pinksteren en Sint Jan. Ze hebben elk hun eigen karakter. Kinderen beleven aan de jaarfeesten de gang door de seizoenen, het grote ritme van het jaar, het ritme van het leven. Zo versterkt het vieren van de feesten hun gevoelsleven.

2.5 Sociale integratie en actief burgerschap

In onze onderwijsbenadering is vanzelfsprekend aandacht voor de sociale integratie en respect voor elkaar. Juist vanuit de intentie om de kinderen te laten worden wie ze zijn, creëren we op school een sfeer waarin een kind nog kind mag zijn. En waarin kinderen vertrouwen krijgen en elkaar vertrouwen geven. De school geeft daarbij ook volop aandacht aan de samenleving en de diversiteit daarin, en bevordert deelname aan en betrokkenheid bij onze maatschappij. We stellen ons open op naar onze omgeving en brengen leerlingen hiermee in contact.

In het onderwijs krijgen de leerlingen ruimte om kennis te maken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten. De basisstof binnen de verschillende vakgebieden (met name leefomgeving, beweging, kunst en levenskunst) is erop gericht om kinderen competenties bij te brengen die hen helpen om mee te doen in de samenleving.

In alle klassen wordt gewerkt met de methode “de Kracht van 8”. Per maand staat een bepaalde “kracht” centraal. Deze zijn: 1 Ik ben mezelf. 2 Eerlijk zijn. 3 Rekening houden met elkaar. 4 Samenwerken en elkaar helpen. 5 Luisteren naar elkaar. 6 Zeggen wat we graag willen. 7 Laten we opnieuw beginnen. 8 Iedereen hoort erbij.

Vanuit verschillende werkvormen worden de nieuwe krachten door het jaar heen geïntroduceerd in de klassen.

2.6 Veiligheid op school

We hebben schoolregels, pleinregels en een pestprotocol, maar sociale veiligheid ontstaat natuurlijk niet op papier. Onze klassenleerkrachten spelen een belangrijke rol bij het creëren en vasthouden van een goede sfeer. Zij zijn getraind om eventuele problemen in de groep te signaleren en er op tijd op te reageren.

Zowel in de kleine als in de grote pauze zijn er altijd meerdere leerkrachten op het plein aanwezig om op te letten en ervoor te zorgen dat alles in een prettige sfeer verloopt. De kinderen wordt geleerd om in een conflict situatie eerst te proberen om samen tot een vreedzame oplossing te komen. Mocht dit niet lukken dan wordt de hulp van een leerkracht ingeroepen.

Ook de fysieke veiligheid van onze leerlingen is een belangrijk thema in de school. Wij hebben een aantal schoolhulpverleners. Zij zijn in het bezit van een certificaat voor bedrijfshulpverlening en/of EHBO. Zij geven eerste hulp en coördineren een ontruiming bij calamiteiten. Op school ligt een ontruimingsplan en minimaal één keer per jaar oefenen wij met de kinderen een ontruiming. Onze schoolhulpverleners gaan elk jaar op herhalingscursus.

2.7 Overgang naar het voortgezet onderwijs

Na klas 6 gaan de leerlingen naar het voortgezet onderwijs. Alle leerlingen kunnen het voortgezet onderwijs kiezen dat het beste bij hen past. Elk jaar gaan een aantal van onze leerlingen naar de Adriaan Roland Holstschool voor Vrijeschool Voortgezet Onderwijs in Bergen (N.H.), anderen gaan naar de Openbare Scholengemeenschap De Hoge Berg (O.S.G.) op Texel. Wij geven informatie over open dagen en andere activiteiten van beide scholen.

Natuurlijk doen wij er alles aan om de aansluiting met het voortgezet onderwijs zo goed mogelijk te laten verlopen. Daarom is er regelmatig overleg met de O.S.G en de Adriaan Roland Holstschool.

Als school baseren we het advies voor het niveau van het Voortgezet Onderwijs allereerst op de ervaring die we met het kind hebben. Werkhouding, doorzettingsvermogen en zelfstandigheid zijn hierbij belangrijke items. Daarnaast geven de opbrengsten van de Cito-tussentoetsen en de methode-gebonden toetsen indicaties voor het advies. Tot slot is er de verplichte eindtoets in mei die dit advies kan bevestigen.

Vanzelfsprekend wordt de definitieve keuze gemaakt in overleg met de ouders.