klas1 2De eerste twee uren van de schooldag wordt het hoofdonderwijs in periodevorm gegeven (elke dag hetzelfde vak), zodat de kinderen en de leerkracht zich gedurende drie á vier weken met één vak kunnen verbinden. Daarna zijn er vaklessen die elke week op hetzelfde uur terug komen. Doordat we ook met combinatieklassen werken, vinden op enkele onderdelen aanpassingen plaats.

Klas 2
De leerlingen in klas 2 hebben het hart op de tong. Sympathie en antipathie wisselen elkaar soms snel af. Zo gaan de kinderen vanuit de sprookjeswereld over naar de dierenfabels en de heiligenlegendes.
In de rekenlessen wordt de leerstof van klas 1 uitgebreid. Bij heemkunde wordt met verwondering gekeken naar de wereld om ons heen, planten, dieren en mensen.

Periodestof:
Toneel, taal, rekenen en heemkunde.

Vaklessen:
Muziek, schilderen, vormtekenen, tekenen, gymnastiek, euritmie, handvaardigheid, handwerken en Engels.

Klas 3
Klas 3 vormt een afsluiting van de gouden kindertijd. Alles wat ze tot nu toe hebben geleerd, moet door oefening tot kunnen en kennen worden. Nu worden de verhalen uit het oude testament verteld. Met taal wordt een begin gemaakt met het schrijven van opstellen en verslagen en met het benoemen van woordsoorten. In de rekenlessen wordt begonnen met het cijferen en het rekenen met geld. Verder komen er verschillende ambachten aanbod, waarbij het proces binnen het ambacht centraal staat.

Periodestof:
Toneel, taal, rekenen, heemkunde en ambachten.

Vaklessen:
Muziek, schilderen, vormtekenen, tekenen, gymnastiek, euritmie, handvaardigheid, handwerken en Engels.